WIJ ZIJN ZOJUIST KEURIG VERTROKKEN….

Ik heb al een baan, maar anders zou ik mij graag aanmelden als tekstschrijver bij NS. Ik heb de indruk dat de taal die conducteurs nu bezigen in de trein geschreven is vanuit het hiernamaals door Gerard Reve: een mengeling van formeel , ouderwets Nederlands en populair hedendaags gepraat. Een voorbeeld:

Wij naderen thans onze eindbestemming Leeuwarden en wij verzoeken u derhalve allen uit of over te stappen met medeneming van al uw spulletjes. Fijne dag nog!

Dat kan ook anders:

We zijn nu bijna aangekomen bij onze eindbestemming Leeuwarden. Daarom  vragen we u allemaal uit of over te stappen. Neemt u uw bagage mee? We wensen u een prettige dag.

En wat te denken van de mededeling die ik gisteren hoorde in de trein van Amsterdam naar Amersfoort:

We zijn zojuist keurig vertrokken uit Amsterdam….’ Kun je ook niet-keurig vertrekken? Hoe zou dat eruit zien? Schreeuwende en tierende passagiers en conducteurs? Open deuren? Het is natuurlijk een variant op de vaak gebezigde uitdrukking ‘we zijn zojuist keurig op tijd vertrokken…’ waar ik me altijd al aan erger: alsof het een verdienste is om op tijd te vertrekken! NS, dat is gewoon jullie plicht!

Kunnen we misschien ook eens wat minder excuses voor het ongemak aangeboden krijgen? NS, daar menen jullie immers niets van, het is gewoon een holle frase. Als je net een half uur stil hebt gestaan in een toch al twintig minuten vertraagde stoptrein werken die zogenaamde excuses als een rode lap op een stier. Zou het niet wat empathischer kunnen? Bijvoorbeeld zo:

Beste reizigers, wat vervelend voor jullie dat de reis zo moeizaam verloopt. We doen er echt alles aan om het ongemak(!) te verhelpen. Probeer de moed erin te houden!

Maar nee, zo werkt het niet. Het werkt nu bijvoorbeeld zo: ‘Beste reizigers, als u ons nodig hebt, wij bevinden ons achter in het achterste treinstel voorin’

Wat! Waar? Achterin? Voorin? En wat doen jullie daar? Waarom lopen jullie niet gewoon door de trein om ons eventueel van dienst te zijn?

Bij de bovengenoemde voorbeelden deed de geluidsinstallatie in de trein het gewoon. Maar dat is helemaal niet gewoon! Heel vaak hoor je alleen wat vaag gemompel of een halverwege afgebroken zin, die soms na een pauze van meerdere seconden doorgaat, soms ook niet. Waardoor het een spannende reis wordt: ‘…onze trein zal nog voor u stoppen te……’Nou, waar? Wacht maar af, reiziger!

Communicatie! O Nederlandse Spoorwegen, zet daar eens wat meer op in!

IS SNAUWEN HET NIEUWE PRATEN?

In de supermarkt stond ik bij de broodafdeling op mijn beurt te wachten: ik wilde twee broodjes uit het schap met losse broodjes. Ik keek naar het jongetje voor mij, een jaar of vier, dat heel geconcentreerd met zo’n grote tang (moeilijk!!) één voor één een paar broodjes in het zakje liet glijden dat zijn moeder voor hem ophield. Opeens kwam er een grote arm door dit idyllisch tafereel en een haastige vrouwenstem snauwde: ‘Ja, mag ik er ook even bij?’ En daar greep een boze hand gauw de door haar verlangde broodjes. Wonder boven wonder bleef het jongetje ongehinderd doorgaan met zijn taak. Maar ik dacht: waarom zo haastig en zo snauwerig? Kijk eens hoe mooi, zo’n kind dat een moeilijk werkje uitvoert en trots opkijkt naar zijn moeder. Neem af en toe even tijd voor het gewone, dat steeds minder gewoon lijkt te worden. Snauwen het nieuwe praten? Dat is ook maar een gewoonte en daar kunnen we best mee stoppen. Wordt de wereld weer een beetje gezelliger.

KUN JE LEREN LEZEN?

Vrijdag hield ik in mijn vwo6-klas een even bevlogen als vermoedelijk vruchteloos pleidooi voor het lezen van boeken. Nog maar een maand, dan is het mondeling examen literatuur en uitstel kan niet meer, er moet nu gelezen worden. Na de les kwam een leerling wat aarzelend naar mij toe en vroeg: ‘Mevrouw, hoe doet u dat nou, lang achter elkaar lezen? Wij kunnen dat helemaal niet!’ Ik antwoordde hem dat het waarschijnlijk in elk geval te maken had met de tijd waarin ik opgroeide: zonder social media, zonder mobiel zelfs, zonder computer, met een zwart-wit tv met twee netten. Je concentreren was veel eenvoudiger, omdat er minder afleiding was en ongemerkt train je dan je concentratie.

Ik bedacht dat het probleem van de ontlezing, waar iedereen nu zo druk mee is, niet is op te lossen door kinderen eenvoudigweg te dwingen om te gaan lezen: ‘Ga zitten, wees stil en lees!’ Nog afgezien van het feit dat zo’n commando averechts zou werken, is er het probleem dat het geen kwestie is van niet willen, maar van niet (meer) kunnen. En erop hameren dat lezen zo leuk is, werkt ook niet: hoe kun je weten of iets leuk is als je niet weet hoe het moet? Ik denk dat een eerste stap op weg naar een oplossing zou moeten zijn de erkenning dat kinderen niet meer weten hoe het moet, lezen en je concentreren. Dat moeten wij ze dus aanleren. Als iemand niet kan zwemmen, kun je hem wel in het diepe gooien en roepen dat hij het heus wel kan en dat het heel leuk is in het water, maar als de stakker al niet verdrinkt, dan zal hij toch voor de rest van zijn leven het zwembad mijden. Zo is het met lezen ook: je  moet het stapje voor stapje leren en dat begint op de basisschool en dat gaat verder tot en met het eindexamen van de middelbare school. Trainen en nog eens trainen, net zolang tot lezen weer iets gewoons wordt, net zoals zwemmen. En laten we dat lezen dan alsjeblieft niet meteen weer bederven met vervelende vragen over literaire begrippen, dat kan altijd nog. Laat een lezend kind vooral met rust!

EEN WONDER IN DE TREIN

Nee, nu eens niet over de wonderlijke wegen van NS, maar over iets verrassends op een gewone donderdagmorgen. Ik stapte in de trein ( nee, die was niet op tijd), ging zitten ( ja, er was plaats) en tegenover mij kwam een jongen van een jaar of zeventien, achttien zitten. Hij deed zijn rugzak open, haalde er een boek uit, een dik boek, en begon te lezen. Te lezen! Een boek! Een jonge jongen! En hij las niet zomaar, nee, hij verdween helemaal in zijn boek, de hele reis. Ik was verheugd, maar bovenal verwonderd: het kon dus nog! Op school aangekomen vertelde ik hierover aan mijn leerlingen in vwo-6. Zij haalden slechts verveeld hun schouders op en als het had gekund, hadden ze zich onmiddellijk over hun mobiel gebogen. Maar ja, dat kan niet meer…

HIJ IS ER!! Mijn dichtbundel ‘Ruimte en beweging’.

Zoals ik al eerder aankondigde: mijn dichtbundel is verschenen! Op de elfde van de elfde om elf uur was er een presentatie bij mijn plaatselijke voortreffelijke boekhandel Blokker. Nee, daar verkopen ze geen huishoudelijke artikelen, alleen boeken en nog eens boeken. Er waren ongeveer vijftig mensen en Arno Koek, eigenaar van de boekwinkel, interviewde mij. Dat was ontzettend leuk! Heel ontspannen, er werd veel gelachen. Tussendoor las ik enkele gedichten voor en lichtte ze toe. Het was een heel bijzonder gevoel om daar te zitten, met een stapel van mijn eigen boeken naast me, en te praten over mijn gedachten en ideeën.

Opeens besef je dan: het is echt, het is niet langer een droom of een fantasie en dat is fijn, maar ook wel een beetje spannend. 

Om jullie een indruk te geven hierbij wat foto’s van het grote moment. 

Nieuwsgierig geworden? Je kunt mijn boek bestellen via je eigen boekhandel , via bol.com of rechtstreeks bij mij. 

Als voorproefje een paar gedichten:

Ine-Zanting-bij-boekhandel-Blokker

DODE VOGEL

Wat hield ik van de vogel voor mijn raam die
‘s ochtends vroeg mijn zorgen weg kwam zingen
en ‘s avonds nog een late serenade bracht
nu ligt hij in het gras en zingt niet meer
hij vliegt niet meer omhoog, zijn vleugels zijn gebroken
mijn kleine trouwe vriend, niet op de dood bedacht
was het een ongeluk, een kat, een soortgenoot
geweest, dan had ik kunnen treuren
maar dit: een windbuks die hem doelbewust
puur uit verveling naar beneden schoot
maakt dat ik bang ben en bewegingloos
en niets vind om mijn dag te kleuren

WOORDEN I

Soms kunnen woorden beter
thuisblijven
ramen dicht, deur
op slot
met woorden kun je geen hazen vangen
die sierlijke dieren zijn  al weg-
gesprongen
voor het eerste woord
je mond heeft verlaten
verborgen verbeiden zij de veilige stilte
hun lange lepels alert gestrekt.

ZOALS

Zoals
een zeepok onder de waterspiegel
aan de romp van een schip
alle afweerverf ten spijt
of zoals
een draad met een paar vinnige steekjes
vastgezet om te beginnen aan de reis
langs de zoom van een zeegroene zijden jurk
of zoals ik aan jou
maar na de zeereis altijd het dok
na de zoom de schaar
zo ook
zo ook?
o mijn zeekasteel mijn zachtzijden jurk
mijn liefje
laat me niet los
laat zee en zoom oneindig zijn
als zachtgroene zijde

Ruimte en Beweging.

Voor wie geïnteresseerd is: je kunt mijn bundel ‘Ruimte en beweging’ bestellen bij je plaatselijke boekhandel, bij mijzelf of via internet. Om je een idee te geven, laat ik hier enkele gedichten volgen.

 

 

KRIMPT ONZE TAAL?

Na vier jaar afwezigheid op school (want met pensioen) ben ik terug in het onderwijs op mijn oude school in Amsterdam: docenten Nederlands zijn zeer schaars…En het kan toch niet zo zijn dat eindexamenkandidaten vwo geen les krijgen?! Dus daar ben ik weer en als je dan door de gangen loopt vang je hier en daar stukjes conversatie op.  Die conversatie klinkt alweer anders dan vier jaar geleden. Daarbij vraag ik me iets af: is onze taal aan het krimpen?

Voorbeeld 1. vraagt de ene leerling: ‘Waar ga je?

antwoordt de andere: ‘wij gaan aula’

Voorbeeld 2. vraagt de ene leerling: ‘Wat?’

antwoordt de andere: ‘Nee!’

Voorbeeld 1 kan ik nog wel volgen, al zou ik zelf een voornaamwoordelijk bijwoord, een voorzetsel en een lidwoord toevoegen: ‘Waar ga je naartoe? Wij gaan naar de aula’.  Voorbeeld 2 is lastiger. Ik vroeg de betreffende leerlingen wat ze hiermee bedoelden en er bleek een hele wereld schuil te gaan achter deze twee woordjes. De vraag ‘wat?’ bleek een verkorting van ‘wat is er met je’ en het antwoord ‘nee’ verving de zin ‘ik heb geen zin om hierop te antwoorden’. Ik vroeg de leerlingen hoe ze elkaar begrepen en ze deden heel erg hun best om me dat uit te leggen, maar dat lukte niet zo goed: wat voor hen vanzelfsprekend was, was dat voor mij niet. Ik was natuurlijk ook benieuwd naar het waarom van deze verkortingen; ze gaven als reden dat ze veel te ongeduldig waren om hele zinnen te formuleren. Dat ze dat wel degelijk kunnen, blijkt gelukkig wel in de les.

Ik heb in vwo-6 net prachtige presentaties gehad over straattaal, misschien kan een volgende groep eens aandacht besteden aan het krimpverschijnsel.

Ik ben benieuwd!